‘Wâldpyken’ versterkten dijk met Firdgumer aarde

zeedijkverhoging Tzummarum-Firdgum

Van dorpscorrespondent ‘Stichting Oud Tzummarum’, met dank aan Liefke v.d.Weij-Ploegstra

Toen in 1932 de Afsluitdijk bijna voltooid was, werd langs de Friese noordwestkust hard gewerkt aan het ophogen en verzwaren van de zeedijk. Iets wat hoognodig was, omdat de Afsluitdijk het peil van de Waddenzee zou laten stijgen en de zeestroom doen versnellen.

Het grootste deel van de kuststrook tussen Roptazijl (boven Harlingen) en Westhoek (ter hoogte van St. Jacobiparochi) kwam voor rekening van een grote groep werkverschaffers uit de Friese Wouden. Ze kwamen ’s morgens met de bus naar Firdgum, om bij Dijkshoek smalspoorlorries te vullen met aarde. Zo ontstonden daar putten van wel 7 meter diep (zie foto).

Volgens een inwoner van Dijkshoek kwamen de ‘Wâldpyken’, ondanks de malaisetijd, zingend per bus naar Firdgum. Steevast klonk er het volgende lied:

Wy binne de Wàldsjes.
De Wàldsjes binne wy.
Wy drage giele klomkes.
En de bandsjes bungelje der by.

Een locomotief verplaatste de lorries per smalspoor naar de zeedijk. Eenmaal op bestemming werd de aarde fijn gemaakt, met stro gemengd en gestort. Daarna kwamen er klinkers op de vastgestampte aarde, om zo een stevige bescherming te vormen tegen de zee.