Het hondje van Wijnaldum

twl_wyn_hondenskelet
twl_wyn_hondenskelet2

 

De meest in het oog springende vondst van de opgraving bij Wijnaldum in april 2016 is ongetwijfeld het vrijwel complete skelet van een hond. Al tijdens het opgraven trok deze vondst natuurlijk de nodige aandacht.
Nu de botresten gewassen en bekeken zijn, valt er nog meer te vertellen over deze vondst. Allereerst blijkt het skelet inderdaad vrijwel compleet te zijn (zie de figuur hieronder waarop in zwart te teruggevonden botten of delen daarvan zijn aangegeven). De opvallendste ‘missende’ botten zijn de schouder­bladen, het bekken en delen van de schedel, waaronder de onderkaken. Het kan zijn dat deze delen in zulke kleine fragmentjes zijn gebroken dat ze niet meer herkenbaar zijn; daarnaast is een deel waarschijnlijk verdwenen omdat het skelet gevonden is tijdens het aanleggen van het vlak met de kraan.
Wat ook mist is het penisbotje (baculum). Omdat er wel heel veel andere kleine botjes zoals middenhandsbeentjes en kootjes zijn teruggevonden, kunnen we daaruit concluderen dat het hoogstwaarschijnlijk om een teefje ging.

twl_wyn_hondenskelet

Toen het skelet gevonden werd kregen we al een goede indruk van de grootte van de hond, maar door de lengte van de botten van de poten te bepalen kunnen we de schofthoogte berekenen. Het blijkt dat die schofthoogte tussen de 40 en 50 cm lag, ongeveer net zo groot als een Friese Stabij tegenwoordig. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat inderdaad om een Friese Stabij ging!

Uit de slijtage van de tanden en de vergroeiingen op de botten van de poten kunnen we verder afleiden dat de hond al flink oud was toen ze overleed, maar hoe oud ze precies geworden is valt niet te zeggen. Wat we ondertussen wel weten, is dat het hondje waarschijnlijk uit de 13e of 14e eeuw na Chr. dateert.

Uit de botten, en uit het ontbreken van aanwijzingen voor verwondingen of botbreuken, kunnen we voorzichtig concluderen dat het gevonden skelet van een teefje is, dat op (voor een hond) vrij hoge leeftijd is overleden. Daarna is ze achter op het erf van de boerderij waar ze thuishoorde begraven.

Het hondje uit deze opgraving is niet het enige dat in Wijnaldum gevonden is. Er zijn tenminste twee andere hondenskeletten bekend.

Bij de aanleg van een vijver aan de oostkant van het dorp is bij toeval het skelet van een forse hond gevonden. Dit exemplaar, dat vermoedelijk uit de Romeinse tijd afkomstig is, heeft een schofthoogte van ongeveer 72 cm. Dat is het formaat van een wolf, maar omdat de botten te slank zijn en de hoektanden vrij klein wordt er wel vanuit gegaan dat dit een hond is. De bouw van deze hond is lijkt waarschijnlijk wel wat op een moderne Ierse Wolfshond.

Van een tweede hondenskelet in de vergelijkingscollectie van het GIA is niet meer bekend dan dat het uit Wijnaldum komt. Ook hier gaat het om een reu, met een schofthoogte tussen 40 en 50 cm. Dat is in grootte dus vergelijkbaar met het hondje van de opgraving, al wijst een directe vergelijking tussen de botten erop dat het hondje van de opgraving iets groter was.