Terpen- en wierdenland ontwikkelt verder

lucaskemper_warffum_lr-368

“We gebruiken de evaluatie als basis voor het vervolg”

Verschillende sprekers lieten het al doorschemeren tijdens het afsluitende symposium op 4 en 6 oktober. Er is draagvlak voor een vervolg van ‘Terpen- en wierdenland, een verhaal in ontwikkeling’. Op verzoek van de Waddenacademie schreef projectleider Karin Sjoukes hierover een opiniestuk in het Friesch Dagblad. Het project heeft volgens haar geleerd dat het de moeite waard is om de eigen verhalen die elke terp en elke wierde kent in kaart te brengen en met de sporen van de geschiedenis aan de slag te gaan om de leefbaarheid en beleefbaarheid van het gebied te versterken.

‘Terpen- en wierdenland, een verhaal in ontwikkeling’ is opgezet als pilotproject. Het doel was om met het onderzoek en de activiteiten in de zes deelnemende dorpen gaandeweg ook een methodiek te ontwikkelen die een vervolg mogelijk maakt. Daarvoor is de aanpak medio november geëvalueerd. Die evaluatie is wat Karin Sjoukes betreft direct ook de aanzet voor een tweede fase ‘Terpen- en wierdenland’. “We gaan de methodiek bijschaven op basis van de lessen die we tot nu toe hebben geleerd. Daarmee willen we dan de boer op om het vervolg te realiseren. Verschillende dorpen hebben ons al laten weten dat ze daaraan graag deelnemen.”

Dorpen centraal
Eén van de conclusies van de evaluatie is dat de dorpsprojecten een centralere rol zullen krijgen. “De basis van de archeologie is gelegd. Daaruit zijn conclusies getrokken die voor het hele gebied gelden. Tijdens de eerste dag van het symposium in Warffum hebben de onderzoekers die conclusies gedeeld. Het archeologische onderzoek heeft veel opgeleverd, maar gedurende het project zorgde het soms voor een heel lange spanningsboog. Er zat veel tijd tussen de eerste bijeenkomst in het dorpen en het moment dat bewoners daadwerkelijk aan de slag konden met het verbeteren van de leefomgeving. Dan is het niet eenvoudig het enthousiasme vast te houden. Dat is een van de lessen waar we iets mee willen doen in het Plan van Aanpak voor het vervolg.”

Sporen in het landschap
Een andere les is dat de meeste dorpen ervoor hebben gekozen om iets te doen met de geschiedenis van het landschap door de eeuwen heen. Het herstel van een haventje of het weer zichtbaar maken van een oud borgterrein blijkt bewoners aan te spreken. “De verhalen die bij wijze van spreken als lagen over de eerste geschiedenis heen liggen, staan dichter bij de mensen”, verklaart Karin Sjoukes die voorkeur.

Zij verwacht daarom dat er in het vervolg minder archeologisch onderzoek zal worden gedaan en dat het accent op het landschapsverhaal zal liggen. Archeologie zal wel een onderdeel blijven, maar bescheidener, waardoor ook de kosten lager worden. “De boringen in samenwerking met de bewoners waren een groot succes. Hetzelfde geldt voor de ‘tussen-kunst-en-kitsch’-bijeenkomsten waar bewoners vondsten konden laten beoordelen door deskundigen. Dat zorgt voor enthousiasme, dus dat willen we zeker weer gaan doen. Maar we willen ook meer uitgaan van de kracht van de dorpen en hen veel sneller en actiever betrekken bij plannen om de leefomgeving te versterken. Nu de provinciale marketingorganisaties gericht werk maken van het onder de aandacht brengen van het terpen- en wierdenland, kan dat alleen maar meer opleveren.”