Vondsten uit terpen rondom Hallum

wandscherven1

Door Tjamme uit Hallum

 

Dat er veel geschreven wordt over de vondsten uit terpen zal u niet zijn ontgaan. Toch heb ik gemeend hier ook iets over te schrijven om te voorkomen dat de vondsten in stoffige laatjes opgeborgen blijven en bij hoge uitzondering even ‘door de handen’ gaan. Omdat veel Hallumers toch wel iets met de zeer rijke geschiedenis van het dorp hebben, kwam ik op het idee de tastbare vondsten enige tekst en uitleg te geven.

De detector- en oppervlaktevondsten die ik komende tijd in verschillende artikelen beschrijf, zijn op en rondom de terpen van Hallum gevonden. Ook haal ik enkele voorwerpen aan die gevonden zijn toen de terpen, vanwege hun vruchtbare grond, werden afgegraven. Door de afgravingen zijn tal van hoge terpen in en rondom Hallum verdwenen uit het landschap. Ook de artefacten die zich in de terp bevonden zijn voor een groot deel verplaatst naar andere percelen. De vruchtbare terpgrond werd namelijk als bemesting gekocht voor armere zandgronden. Gevolg is dat op deze gronden ook vondsten zijn gedaan die betrekking hebben tot de terpen.

Wandscherven en fibula

Haar eerste bewoners zal Hallum rond 450-400 voor Christus hebben begroet. De oudste terpvondsten betreffen enkele wandscherven van het zogeheten Ruinen-Wommels aardewerk. Dit aardewerk onderscheidt zich door zijn geometrische versieringen. Ook werd een mantelspeld (fibula) gevonden. Een fibula is een soort versierde veiligheidsspeld die vaak paarsgewijs werd gedragen. De mantelspeld stamt ongeveer uit de tweede eeuw voor Christus. Uit de midden en late ijzertijd zijn weinig metaalvondsten bekend.